Waarde en waardering van cultureel erfgoed

Ik heb Robert M. Pirsig’s tweede meesterwerk Lila: een onderzoek naar zeden maar weer eens uit de kast gepakt. In Lila vinden we een verdere uitwerking van Pirsig’s  Metafysica van de Kwaliteit, waartoe een aanzet gegeven werd in de beroemde voorganger Zen en de kunst van het motoronderhoud: een onderzoek naar waarden. (Want kwaliteit, waarden en zeden, daar gaat onze discussie natuurlijk over.)

Was de conclusie in Zen dat kwaliteit (of waarde) als eigenschap (in onze westerse subject-object wereld) ondefinieerbaar is (niets heeft kwaliteit, kwaliteit bestaat naast subjecten en objecten als afzonderlijke entiteit), in Lila betoogt Pirsig dat we – als we kwaliteit toch willen definiëren – af moeten stappen van de wetenschappelijke (westerse) subject-object visie maar metafysisch onderzoek moeten doen naar niet-dualistische (niet aan subject of object gebonden) kwaliteit via de morele waardepatronen die met die kwaliteit geassocieerd kunnen worden. (Misschien is dat wat we in onze discussie ook willen benaderen?)

Pirsig onderscheidt statische en dynamische kwaliteit. Er zijn vier statische waardepatronen; toenemend in morele waarde (aha, een hiërarchie) zijn dit :
1. anorganische patronen
2. biologische patronen
3. sociale patronen
4. intellectuele patronen
Statische kwaliteit bestaat uit de waardepatronen die we kunnen benoemen. Dynamische kwaliteit is niet te definiëren. Het is de onderliggende veranderende kracht in het universum.

In onze discussie zien we meteen mooi Pirsig’s onderscheid tussen sociale en intellectuele waardepatronen geïllustreerd: de visie van ‘de leek’ tegenover die van ‘de deskundige’. Hoe is het mogelijk dat visies kunnen conflicteren, bestaat er een ‘beste’ visie? Dat alles heeft blijkbaar betrekking op ‘ons erfgoed’  – zijn dat dan de anorganische patronen in onze tentoonstellingen en depots?  Nee, zou Pirsig zeer waarschijnlijk zeggen. Dat is immers subject-object denken, kwaliteit staat daar los van. De fysieke, sociale en intellectuele waardesystemen bestaan na elkaar en naast elkaar, als manifestaties van dezelfde kwaliteit! Misschien mogen we die kwaliteit ‘erfgoed’ noemen?

De discussie over wat wel en niet erfgoed is, over wat de kwaliteit van erfgoed is, over wat de waarde van objecten is en wie daarover mag oordelen, is onbegrijpelijk en onzinnig zonder het inzicht dat bestaande sociale patronen een onderdeel van de waarde van het erfgoed vormen, evenals  intellectuele patronen. Objecten hebben geen objectieve  kwaliteit of waarde (anders dan het prijskaartje). Onze waarden hebben de objecten. (Is dat niet een mooi bruggetje naar de erfgoedgemeenschappen van Agnes ?) Wil deze discussie betekenis krijgen dan is wellicht een eerste punt van overweging om af te stappen van het idee dat het een discussie over de objectieve waardering van objecten is.

(Geschreven als bijdrage aan de interessante discussie in de LinkedIn-groep Waarde en Waardering van Cultureel Erfgoed, een subgroep van de Collectiewijzer. De groep is members only, vandaar een integrale weergave. Lid worden!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *