Grenzen aan de groep

Voetgangers op zebrapad; foto Nationaal Archief; bron Wikimedia Commons
foto: Nationaal Archief/Wikimedia Commons

Gedachten bij een zebrapad* – over individuele rechten, ‘bedrijfsethiek’, doorgeschoten groepsdenken en ethische activisten

Vanochtend toen ik mijn dochter naar school bracht was er weer zo’n situatie die me liet nadenken over de aard van het beestje, over ‘the nature of the beast’.
Meestal stoppen mensen meteen als ze je daar bij het begin van het zebrapad zien staan hoor, en iedere keer steken we onze hand even in de lucht om de ‘stoppers’ te bedanken. We mogen veilig over! 

Maar er zijn ook ochtenden, meestal zijn het van die grijze ochtenden zoals vanochtend, dat automobilisten andere dingen aan hun hoofd lijken te hebben dan stoppen voor een zebrapad.
De vrijdagochtendblues, je ziet het aan de gezichten. Een hele stoet auto’s rijdt door, ze kijken je aan en kijken dan weg. Ze rijden door, het kan niet anders.
Tot er een gaatje komt, en jij iets verder het zebrapad oploopt. Zou deze stoppen? Maar nee, de glimmende Volvo rijdt door. Dan nog een gaatje. Een nogal gezette mevrouw in een klein autootje. Ze kijkt me aan. Dan kijkt ze naar de Volvo voor haar, en ik zie het aan haar gezicht: ze gaat doorrijden. Ik loop nog een beetje verder het zebrapad op, maar de vrouw blijft star voor zich uitkijken, en geeft geen krimp meer.

Zo’n ochtend. Als ze in een rij rijden, stopt niemand, merkte mijn dochter op, toen we inmiddels veilig over waren, want uiteindelijk stopte er wel iemand, en die bedankten we hartelijk.
Iedereen die daar ‘s ochtends rijdt, weet dat er op die plek een zebrapad is waar veel schoolgaande kinderen oversteken – al dan niet vergezeld van hun ouders.
Waarom stoppen ze dan soms zo moeilijk? Dat moet toch, dat heeft toch iedereen geleerd, dat zijn toch de verkeersregels?

Een van de eerste oorzaken lijkt me inderdaad het grijze weer. Iemands humeur beïnvloedt zijn rijgedrag, daar zien we natuurlijk genoeg voorbeelden van in het verkeer.
Maar een andere belangrijke reden is de rij auto’s. Als je zelf rijdt, weet je dat het moeilijk is om te stoppen voor een zebrapad als je in zo’n rij rijdt, want eigenlijk let je dan meer op de voorganger, en zie je de voetgangers te laat. Ook is het moeilijk om te stoppen, omdat je degenen achter jou ook dwingt om plotseling te stoppen, wat een gevaarlijke situatie kan opleveren. Veiliger voor de rij is het dan, om maar gewoon door te rijden, ook al weet je dat je eigenlijk had moeten stoppen.
Als voetganger bij het zebrapad besluit je deze rij dan maar te laten voorgaan, en te wachten tot er een ‘eenling’ stopt.

Er zijn verkeersregels, maar er zijn ook ‘ongeschreven regels’, dat is overal.
Op een kruispunt in een straat krijg je als fietser wel eens voorrang van een op rechts wachtende auto, omdat die auto toch nog stilstaat, en het voor de fietser veel makkelijker is om door te rijden, dan om te stoppen. Er zijn verkeersregels, en er is verkeersethiek.
Dat neemt niet weg, dat die automobilisten die op een grijze ochtend in een rij achter elkaar niet voor het zebrapad stoppen, voorrang némen, terwijl de auto die blijft staan voor een rijdende fietser voorrang gééft.

Doorrijden bij een zebrapad omdat je iemand niet hebt zien staan kan iedere automobilist gebeuren. Er is zoveel waar je in de stad op letten moet, en opeens is daar dan nog dat zebrapad.
Alles is begrijpelijk.
Het is een mooi voorbeeld van hoe dingen die niet mógen, toch gebeuren, en ook ‘ethisch’ verantwoord kunnen worden: ik reed in een ‘rij’ en zag het niet op tijd en kon niet op tijd stoppen.
Maar die mevrouw in dat kleine autootje dan, die op enige afstand achter de glimmende Volvo aanreed dan? Ja, dat is een twijfelgeval, we hadden blikcontact en zij had veilig voor de andere automobilisten kunnen stoppen. Maar blijkbaar besloot ze dat ze nog bij de ‘rij’ hoorde. Of wilde ze erbij horen, bij die laatste auto.
Wat is ‘de aard van het beestje’, waarmee ik dit stukje begon?

Enerzijds zijn we – als we het rustig aan doen, ‘in het moment zitten’ en alert zijn – allemaal hele aardige, vriendelijke wezentjes, die rekening houden met anderen. We zijn liefdevol in één-op-één contact, bijna zonder uitzondering.
Maar als we ons in een ‘rij’ bevinden, verandert ons gedrag, en letten we minder op de omgeving en de medemensen, en meer op onze voorganger. Dat is ethisch te verantwoorden, want het is veilig: voor de groep, voor de rij. Zomaar stoppen brengt de andere automobilisten in de rij in gevaar. En we hóren bij die rij, of we het nu willen of niet. Opeens is die voetganger niet meer een mede-mens, maar een heel ander wezen, lijkt het. Iemand die er niet bij hoort, bij de rij. Jij voelt je ‘gesterkt’, en rijdt door.

Ja, mensen zijn lieve wezens, maar in een groep veranderen ze. En dat kan ethisch verantwoord worden, het is namelijk veilig voor de groep. In een groep mogen dingen wél, die in een normale één-op-één situatie niet ‘ethisch’ zijn. Gek is dat eigenlijk.

Nu naar ethische activisten, want ik schrijft dit stukje niet voor niets als begeleidend stukje bij een repost van het stuk over ethische Gods-dienst.**
Wat doe je in een organisatie, als er één persoon is, die steeds wél netjes voor de voetgangers bij het zebrapad stopt, terwijl de bedrijfscultuur is, dat het veiliger is om je te gedragen zoals iedereen zich gedraagt: de voetgangers negeren en doorrijden?
Eén persoon houdt zich aan de regels, terwijl iedereen wel wéét dat je eigenlijk moet stoppen, maar dat niet doet. Het antwoord is simpel: die persoon ‘past’ eigenlijk niet in die organisatie.
De andere personen in de rij, in de groep, in de organisatie, zullen hem of haar proberen te corrigeren, en als dat niet lukt kan de persoon beter … ander werk gaan zoeken, in een organisatie waar ze iets langzamer rijden met zijn allen? Bestaat er zo’n organisatie, met rijen die wél voor voetgangers stoppen. Hmm… zo’n organisatie lijkt me leuk, maar eh… ‘the nature of the beast’, hoe zat het daar ook al weer mee? Ja.

Het leven is maar moeilijk voor ethische activisten, voor mensen die wél stoppen voor anderen dan mensen van hun eigen groep, voor mensen die zich meer betrokken voelen bij de héle maatschappij, dan bij die éne toevallige rij, die ene toevallige groep, waarin ze zich bevinden.
Eigenlijk blijven deze mensen altijd eenlingen. Omdat ze ‘de groep in gevaar brengen’ zullen ze weinig vrienden hebben in groepen. Het zijn geen ‘groepsmensen’. Ze doen het rustiger aan dan de andere mensen, voelen zich niet thuis bij het ‘enthousiasme’ van een organisatie over mooie snelle auto’s en andere ‘snelle’ dingen. Ook als ze in een auto zitten, blijven het voetgangers. Ze veranderen niet als hun situatie verandert, ze zijn verbonden met het geheel, met alles. Ze zien iedereen staan.

Deze ‘aardige’ mensen, die zich houden aan de regels die we met zijn allen afgesproken hebben, worden dus vaak de groep uitgewerkt. Ze worden ook wel ‘klokkenluiders’ genoemd. In Nederland een term met een nogal negatieve connotatie. We houden niet van ‘ethische eenlingen’, van de waarheid dat we gewoon moeten stoppen voor een zebrapad, ook al rijdt ons ‘voorbeeld’, onze voorganger, door. Zo’n persoon die zegt: “Hó!”, die brengt het verkeer in gevaar. En die voetganger kan wel even wachten.

Was onze maatschappij maar een rijtje auto’s. Dat zijn we allang niet meer. We zijn een sneltrein die maar doordendert. Wie zegt er nog “Hó!”? Moeilijk hoor, en gevaarlijk.
Als we iemand mogen ‘sparen’, sparen we liever een moordenaar, een Barabbas, dan iemand die “Hó, er staan daar voetgangers, doe het wat rustiger aan en houd daar ook rekening mee!” roept.

Ethiek is niet eenduidig. Als je in een rij auto’s rijdt, is het ethisch te verantwoorden om door te rijden, dat is veiliger voor de rij. En de voetganger staat veilig aan de kant, dus alles is veilig. Dat is een ethische keuze. Ethiek is iets anders dan afgesproken regels. We hebben afgesproken, dat we voor een zebrapad moeten stoppen als er een voetganger staat te wachten om over te steken. Een hoger niveau van ethiek is, dat je rekening houdt met je snelheid als je een zebrapad nadert. Je volgt niet klakkeloos je voorganger, je ‘voorbeeld’. Daardoor gaan ook de mensen achter jou langzamer rijden, zodat je wél veilig kunt stoppen. In een groep kun je altijd besluiten, de dingen iets anders te gaan doen dan je voorganger. Omdat je daarmee een groter belang dient: niet alleen het belang van de organisatie, maar het belang van de héle maatschappij. We houden ons aan de regels voor iedereen. Dat is dan een ‘hogere’ ethiek dan de beperkte bedrijfsethiek.

Voor mensen met zo’n hogere ethische standaard blijft het moeilijk in organisaties met hun eigen ‘bedrijfsethiek’. Veel medewerkers houden niet van langzaam rijden. Mensen achter je gaan toeteren, ze gaan je met hun snelle auto’s voorbijscheuren, sommigen. Voor rotte vis uitmaken, en erger. In het verkeer wordt heel wat gevloekt. Vergeef het hun, en hun enthousiasme.*** Enthousiasme houdt de tent ook draaiende, heeft ook een positieve kant. Maar weet ook dat er veel meer mensen in de organisatie zijn, die niet overal enthousiast over zijn. Die ook maar een beetje meerijden in hun kleine autootje, achter de glimmende Volvo aan. En ja, ík heb in een haastige bui in het drukke verkeer ook wel eens een wachtende voetganger over het hoofd gezien, dat geef ik eerlijk toe. Wie is er zonder zonde?

*Oorspronkelijk gepost op Facebook op 28 juni 2019
**Dit stuk over ethische Gods-dienst
***Wat is enthousiasme eigenlijk? Daarover schreef ik dit essay.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *