Onderwijsvernieuwing en symboolpolitiek

De Nieuwe Universiteit

foto: facebook.com/NewUni

Donderdag 26 maart 2015 heb ik een artists meeting in het toen door studenten bezette Maagdenhuis bezocht. Ik was via Twitter uitgenodigd door de organisatie, na een blogpost die ik schreef over de studentenprotesten en bezettingen van bestuurlijke centra van onderwijsinstellingen die toen gaande waren, niet alleen in Amsterdam maar onder meer ook op een aantal universiteiten in het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika. Aan mijn bezoek heb ik destijds wat gemengde gevoelens overgehouden, en het verslag dat ik ervan schreef heb ik dan ook even laten liggen. Misschien had ik de situatie immers wel te veel door mijn gekleurde regenboogmuseum-bril bekeken. De politiek werkt nu eenmaal met vreemde omwegen waar geen weldenkend mens iets van begrijpt, dat heb ik ook wel geleerd. (Op mijn 15e ben ik ooit lid van de VVD geworden, en praatte ik namens de jongeren mee op fractievergaderingen van de lokale afdeling. Ook richtte ik een plaatselijke JOVD-afdeling op, en bezocht ik jongerencongressen. Maar aan mijn politieke bevlogenheid is na het verlaten van de middelbare school ook snel een einde gekomen. Ik ben nu wel al weer zo’n tien jaar lid van de SP, en voel op een afstandje wel met die partij mee, zonder verder politiek actief te zijn.)

Gisteren vroeg ik me af hoe het nu eigenlijk gaat met het democratiseringsproces op de Universiteit van Amsterdam en andere onderwijsinstellingen. Zijn er resultaten geboekt?
Op de Facebookpagina van de Nieuwe Universiteit vond ik onder meer een link naar dit stuk, waarin Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP, onderwijsminister Jet Bussemaker (PvdA) er flink van langs geeft: ‘Nu ligt er een wet die uitblinkt in cosmetische veranderingen. Slechts minimaal worden de rechten van de medezeggenschapsraad bijgesteld.’

Ik geloof in een kleurrijke toekomst, ik geloof in het langzaamaan openbreken en toegankelijker en transparanter worden van de instituten die de historische kern van onze samenleving vormen. Maar ik weet ook dat dit een proces is dat niet van de ene op de andere dag klaar is. Soms is het goed om te kijken waar de dingen vastlopen, om ervan te leren voor de volgende keer. Soms ook is er geen andere optie dan de dingen bankroet te laten gaan, en op de oude fundamenten een nieuwe structuur te bouwen, die weer meer bij de tijd past. Ik ben geen politiek analist maar in mijn beleving is symboolpolitiek altijd een doodlopend spoor. Niet erg, gewoon een onderdeel van het proces, hoort erbij. Teruggaan en opnieuw beginnen.

Hoe herken je symboolpolitiek? Hieronder het verslag dat ik schreef van mijn bezoek aan de kunstenaarsvergadering in het Maagdenhuis. Inmiddels kijk ik er natuurlijk meer van een afstandje naar, kan ik er ook wel om lachen. Daarom zet ik het maar tussen aanhalingstekens, precies zoals ik het kort na de vergadering schreef.

“Naar aanleiding van mijn blogpost over de bezetting van het Maagdenhuis ben ik vorige week uitgenodigd voor een kunstenaarsmeeting aldaar, om namens ErfgoedTransformatie en The Rainbow Museum mee te denken over nieuwe ideeën voor uitingen. De meeting was in de bezette kamer van de voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, Louise Gunning, en aan de grote ovale tafel zaten minder studenten dan ik verwacht had, in eerste instantie een stuk of negen schat ik, later druppelden er nog enkele studenten binnen, vooral toehoorders.
Het was een nogal internationaal gezelschap, de voertaal was Engels. Na een snel voorstelrondje – de moderator wilde binnen een uur klaar zijn – bestond de mogelijkheid voor iedere aanwezige om met ideeën te komen. Waar ik in dit geval bevlogen kunststudenten verwacht had met een revolutionaire visie op de beeldvorming – het is toch een historische bezetting en ook andere bezette universiteiten op de wereld kijken met aandacht naar wat er in Amsterdam gebeurt – was ik toch enigszins teleurgesteld. De paar studenten die met ideeën kwamen waren vooral geïnteresseerd in een leuke grappige viral, of een mooi uitgevoerde wegwijzer in de stad. Wel leuk, maar niet getuigend van een revolutionaire visie, laat staan het schetsen van een ‘beeld’ voor de toekomst. De vraag die in me opkwam was dan ook of er eigenlijk wel veel ruimte is voor artistieke initiatieven binnen de beeldvorming die als is neergezet: het rode vierkant, overgenomen van eerdere studentenprotesten in Canada. Bij mij roept dit rode symbool toch nogal linkse associaties op, het is nogal 20ste-eeuws, exclusief en dualistisch naar mijn mening. Dekt dit symbool de inclusieve, mondiale lading wel? Toen ik aan de beurt was heb ik dit bezwaar geuit. Ik heb heel kort verteld over de ideeën achter The Rainbow Museum, over het sprookje en over de studentenprotesten vorig jaar in Istanbul, waar de regenboog spontaan is uitgegroeid tot een inclusief en non-dualistisch symbool tegen de bureaucratie en neoliberale expansiedrift in de openbare ruimte. De regenboog als symbool dat door de héle bevolking is omarmd, ook ‘gewone’ mensen. Na mijn verhaal waren er toch zeker twee studenten die dit wel zagen zitten, één opperde zelfs de mogelijkheid om met een aantal mensen een grote regenboog in de centrale hal van het Maagdenhuis te maken. De moderator reageerde dat dit niet mogelijk was. Ik heb overigens duidelijk gecommuniceerd dat ik een ‘buitenstaander’ ben en me niet wil bemoeien met de uitvoering. Het is echt aan de studenten zelf om hun creativiteit te gebruiken voor de uitingen. Dat was ook mijn antwoord toen de moderator me vroeg of ik een voorstel wilde schrijven voor de General Assembly. Naar analogie van bijvoorbeeld Occupy Wall Street moet alles wat er gebeurt onder de noemer van het bezette Maagdenhuis goedgekeurd worden door de algemene vergadering. (Dat lijkt erg democratisch maar de vraag is wel hoeveel ruimte er overblijf voor echte ‘revolutionaire’ creativiteit. Ging het vroeger in de USSR ook niet zo?) Ik heb mijn visie met de studenten gedeeld en daarmee heb ik gedaan wat ik in dit geval moest en kon doen: de ideeën achter The Rainbow Museum delen met de mensen voor wie ze misschien ook wel vooral bedoeld zijn. Maar een museum is een museum, en moet zich niet direct bemoeien met de inhoud van het werk van artiesten lijkt me.
Tegen het einde van de korte meeting (naar mijn mening te kort voor echte uitwisseling van gedachten eigenlijk, daarvan was eigenlijk geen sprake) kwam de moderator nog met een verhaal dat me verbaasde. De uitgangspunten voor dergelijke vergaderingen bepalen volgens mij dat een moderator toch vooral zo neutraal mogelijk moet zijn. In dit geval wees hij op het feit dat de Partij van de Arbeid waarschijnlijk de héle wensenlijst van de studenten wilde steunen en omarmen (dat had ik ook al uit de media vernomen). Een en ander zou besproken worden op de eerstvolgende grote vergadering van die partij. De moderator opperde het idee om een ludieke actie te bedenken om de Partij van de Arbeid mensen gunstig te stemmen. Bijvoorbeeld zelf lid worden van de Partij van de Arbeid om mee te kunnen stemmen, en studenten rode rozen laten dragen, of andere rode uitingen. Eerlijk gezegd vond ik dat een erg vreemd voorstel van de moderator. Niet echt democratisch in de geest van de occupy-beweging, lijkt me. Ik heb gereageerd dat er meer politieke partijen zijn die zich bezighouden met onderwijs, dat er meer kleuren zijn dan rood in de regenboog en dat ik The Rainbow Museum niet wil associëren met dergelijke eenzijdige, exclusieve dualistische propaganda. Nog voor de meeting was afgelopen ben ik de mooie kamer van de voorzitter van het College van Bestuur (lid van de PvdA hoorde ik, maar dat heb ik slechts uit één bron) verlaten. Ik heb de moderator en de rest van de aanwezigen meegegeven dat het mijns inziens niet goed is kunst en politiek te mengen. Ik voelde dat ik ook dat moest zeggen namens The Rainbow Museum. En namens ErfgoedTransformatie. Ik zie uit naar de dag waarop mensen gaan begrijpen dat het niet één kleur is die de verlossing zal brengen, dat de oplossing van het probleem niet van één partij zal komen. Het gaat om het inzicht dat alle kleuren samen de regenboog vormen, en dat kinderen en gelukkige kunstenaars regenbogen schilderen, niet alléén rode vierkanten.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *